Hak het sjalotje fijn en laat je deze zachtjes fruiten met een klontje boter in een ruime hapjes- of koekenpan.
Voeg de rijst toe, rooster deze even mee met de sjalot en blus vervolgens af met de wijn. Voeg de bouillon toe, telkens een pollepel, zodat de rijst net onder staat. Vul steeds de verdampte bouillon aan tijdens het koken, zodat de rijst nooit droog komt te staan.
Snijd intussen de radicchio doormidden, verwijder de witte harde kern en snijd de bladeren in reepjes. Hou een paar reepjes radicchio apart voor de garnering en laat de rest van de radicchio een paar minuten slinken in een koekenpan met een ander klontje boter.
Twee minuten voor het einde van de kooktijd zoals aangegeven op de verpakking van de rijst, voeg je een snufje peper, de radicchio en de fijngehakte rozemarijn toe.
Zet het vuur onder de risotto uit zodra het gaar is en roer er gelijk de Grana Padano en een klontje boter doorheen. Doe de deksel op de pan en laat de risotto enkele minuten rusten.
Rooster intussen de hazelnoten in een hete droge koekenpan. Rooster ze al roerend of schuddend in 3-5 minuten tot ze lichtbruin worden en lekker ruiken. Laat de geroosterde hazelnoten even afkoelen en hak ze grof met een mes.
Verdeel de risotto over de borden en garneer met de rauwe radicchioreepjes en hazelnoten en een goede draai zwarte peper.